Verslagen

Excursie Hasbruch

 

Het was vroeg toen ik opstond die vierde juni, zeg maar gerust heel vroeg. Half vier om precies te zijn. Maar een beetje natuurliefhebber deert dat uiteraard niet. De wereld was nog in diepe rust verzonken, de zon dacht nog niet aan opkomen en de meeste vogels waren nog muisstil. Toch waagden zes personen zich naar Schildwolde om daar tegen kwart over vier te verzamelen voor onze excursie naar het buitenland. Naar Hasbruch om precies te zijn, een 630 hectare groot natuurgebied op 20 kilometer ten oosten van Oldenburg.

 

Na een ritje van zo’n anderhalf uur liep het tegen zessen toen we bij het bos arriveerden. Een prachtig zonnetje liet zich tussen de bomen zien en beloofde dat het een mooie dag zou worden. En dat werd het ook. Onder leiding van Rinus Dillerop begon het gezelschapje aan een wandeling door het bos, waarvan sommige stukken het predicaat oerbos hebben, al zijn de meningen daarover verdeeld. Feit is wel dat er flinke eiken staan en dat de leeftijd van de Friederikeneiche op zo’n 1200 jaar geschat wordt. Oerbos of niet, het is een prachtig gebied met een enorme variatie in begroeiing. Eeuwenlang gebruik door boeren voor hun geriefhout vormden de haagbeuken met nog steeds op zo’n twee meter hoogte de knotsporen. Vooral in het voorjaar is de begroeiing prachtig met bloeiende kruiden als de bosanemoon, bosklaverzuring, longkruid, slanke sleutelbloem en goudveil.

 

Het gebied is ook zeer geliefd bij vogelaars en wij konden daarbij uiteraard niet achterblijven. Alle algemeen voorkomende leden van de spechtenfamilie kun je hier aantreffen, de kleine, middelste en grote bonte, de zwarte en de groene. Verder is het een gebied waar je appelvink, bosuil, grote gele kwikstaart, diverse soorten mezen, maar ook andere diersoorten als de vuursalamander en de kleine ijsvogel, een prachtige dagvlinder, kunt aantreffen.

 

Tijdens de wandeling door het bos was het genieten van de diversiteit aan vogelzang. Tuinfluiter en zwartkop waren goed vertegenwoordigd en lieten zich regelmatig horen. Verder zowel de bonte als de grauwe vliegenvanger. Deze lieten zich beiden mooi bekijken toen we op de uitkijktoren stonden. Daar liet ook een grote gele kwikstaart zich zien en een mannetje goudvink met een prachtig roodgekleurde borst. Verderop hoorden we zijn neef de appelvink, een soort die we later ook nog zouden zien tussen het gebladerte.

 

Plots zagen we tussen de bomen een ree staan. De reactie van de hinde (blijven staan en dan heel voorzichtig wegwandelen) was voor Rinus een indicatie dat ze met een jong was. En jawel hoor, na even wachten werd de hinde gevolgd door een jong reetje.

 

Zowel de goudhaan als de vuurgoudhaan waren te horen met hun hoogfrequente gepiep. En dan, toch wel een van de soorten waar we voor gekomen waren: de middelste bonte specht. In onze contreien een zeldzaamheid, in Hasbruch een gewoon verschijnsel. Sterker nog, de populatie aan middelste is daar groter dan van de grote bonte. En we zagen niet zomaar een middelste, het was ook nog een bezet nest, te horen aan het gepiep vanuit de boomholte. Later zouden we er nog meer horen en zien. Samen met een paar grote bonte spechten waren dat overigens de enige twee telgen uit de spechtenfamilie die we tegen zouden komen. Maar wel een zwarte mees, grote lijster, boomkruiper en boomklever.

 

Ondanks de regenval van de dagen ervoor, stond het waterpeil in de beekjes bijzonder laag. We hebben nog gezocht naar de fel zwart-geel gekleurde vuursalamander, maar niet aangetroffen. Helaas. Tegen twaalven waren we terug bij de auto’s en vertrokken we richting huis. Maar niet voordat we de inwendige mens versterkt hadden in een wegrestaurant, al dan niet met oerdegelijke Deutsche Bockwurst.

Hasbruch