In de voetsporen van…

Op vrijdag 8 februari hadden we Aaldrik Pot uitgenodigd voor een lezing over diersporen. Een goede twintig belangstellenden was naar Tonegido gekomen om naar zijn verhaal te luisteren. Waarbij we meegenomen werden in de letten op details, het interpreteren van sporen en het compleet maken van het verhaal.

25 jaar Werkgroep NLD

Maar voordat het de beurt was aan Aaldrik om zijn verhaal te vertellen stond onze voorzitter Menno Gerkema even stil bij 25 jaar Werkgroep Natuur en Landschap Duurswold. Destijds begonnen met een kleine oproep in het Bokkeblad van 17 februari 1994 waarin belangstellenden werden opgeroepen om mee te denken over de op handen zijnde herinrichting van Midden-Groningen. Een proces wat bijna 25 jaar in beslag zou nemen en waarbij uiteindelijk 6300 hectare over de kop ging en 1700 hectare natuur opleverde. Nu al goed bekend onder de naam ’t Roegwold. Tevens was dit een avond om afscheid te nemen van een van de stuurgroepleden van het eerste uur, namelijk Hanneke Terpstra. Vanwege emigratie naar Frankrijk moet ze haar werkzaamheden voor de werkgroep helaas beëindigen, maar niet nadat ze uit handen van Menno een bedankje in ontvangst mocht nemen.

Tracking skills

De wortels voor het zoeken naar sporen, ook wel tracking genoemd, liggen in Afrika. De inheemse bevolking daar heeft nog tot ver in de vorige eeuw gebruik moeten maken van deze technieken voor het achtervolgen van dieren tijdens de jacht. Tot ze op een gegeven moment op een andere manier in hun voedselvoorziening konden voorzien en niet meer op jacht hoefden. De spoorzoektechnieken (tracking skills) dreigden te verdwijnen, maar men heeft ze kunnen behouden door ze in te zetten voor onder meer natuurbescherming, onderzoek en bestrijding van stroperij. Aaldrik is zelf opgeleid tot erkend “cybertracker”.

Tekenen

Annemarie van Diepenbeek is een van de grondleggers van tracking in ons land en heeft ook al verschillende boeken op haar naam staan. Ook geeft zij trainingen en cursussen op het gebied van diersporen. Een paar elementen zijn van belang bij het speuren naar sporen. Allereerst bewust buiten zijn. Actief de omgeving aftasten met ogen, oren en neus om afwijkingen op te kunnen merken. Om afwijkingen te kunnen zien moet je uiteraard eerst weten hoe het er zonder afwijkingen uit ziet. Daarom is het een kwestie van heel bewust de omgeving in je op te nemen. En vervolgens de gevonden sporen documenteren en conserveren. Het liefst door ze te tekenen, want juist dan ben je heel bewust met alle details bezig. Dat vergt enige ervaring, maar ook hier zit het leereffect in het vele doen.

Verhalen vertellen

En zo zijn er nog veel meer facetten die meespelen bij het spoorzoeken. Aaldrik liet ze allemaal de revue passeren met bijpassende foto’s. Sporen vertellen ook een verhaal. Er is nooit een pootafdruk, er zijn er altijd meer. De mate van indruk, de afstand tussen de afdrukken, ze geven bijvoorbeeld aan of het dier langzaam of snel gelopen heeft. Daarom kom je bij actief spoorzoeken ook maar langzaam vooruit. Iedere meter verder vertelt weer een nieuw stukje van het verhaal.

Prentenboek

Uiteraard ging Aaldrik ook in op het Prentenboek, dat hij samen met René Nauta geschreven heeft en dat op 11 mei officieel het levenslicht ziet. Een stevige pil van 456 pagina’s boordevol informatie over de sporen die dieren achterlaten. En rijk geïllustreerd met vele foto’s en daarnaast gedetailleerde tekeningen van de hand van René. Aaldrik stond in zijn lezing stil bij de verschillende soorten sporen: voetafdrukken, wissels, poep, nesten, holen en nog veel meer; er kwam van alles aan bod. Op hoofdlijnen weliswaar, want anders hadden we aan die twee uur ruim onvoldoende tijd.

62 ton zand

Verschillen tussen de holletjes van bosmuis en rosse woelmuis bijvoorbeeld. Of hoe je een voetafdruk van een vos, een wolf en een hond kunt onderscheiden (behalve dan dat er bij die laatste ook vaak een voetafdruk van een mens in de buurt is). Maar ook over de soms enorme omvang van een dassenburcht. Zo vertelde hij dat er in Engeland in 1990 een dassenburcht is opgegraven met maar liefst 178 ingangen, 879 meter tunnel en 50 kamers. Totaal hadden de beesten hier ruim 62.000 kg zand verplaatst. Een waar huzarenstukje.

Doodskist

Zoals hierboven al beschreven had Aaldrik nog veel meer te vertellen. En te laten zien. Hij had ook een hele verzameling aan gevonden diersporen meegenomen. Schedeltjes, botjes, afgekloven sparrenkegels, aangevreten eikels, te veel om op te noemen. Dat allemaal in, wat hij zelf zegt, zijn doodskist. Een verkeerd woord wat mij betreft, want deze kist zat juist vol met leven. Het een nog interessanter dan het ander.

Wordt vervolgd…

Deze lezing van Aaldrik Pot krijgt overigens nog een staartje. Voor 21 september hebben we een veldexcursie op het programma staan. Waar deze gaat plaatsvinden is nog niet bekend. Hou daarom onze website, onze Twitter en Facebook-accounts en het Bokkeblad tegen die tijd in de gaten voor meer info.