Een goede 12 personen - waaronder vier jeugdige, maar enthousiaste jongens -meldden zich op zaterdag 7 januari voor de
winterwandeling door de Westerpolder bij Kolham. "De harde kern", zoals de excursieleiders, de beide Jannen, het
gezelschap noemden. Hoewel normale winterse ingrediënten - als sneeuw, hagel, ijs en vorst - het lieten afweten was het
toch behoorlijk fris in het open veld. Een klein buitje bij aanvang liet ons echter niet uit het veld slaan.
Er werd wel gekozen voor de korte route van anderhalf uur, de lange route kost een uurtje meer.
In het gebied vinden deze winter verschillende extra beheerwerkzaamheden plaats. De uitgereikte flyer van boswachter
Annet de Jong verduidelijkt wat en waarom. In de afgelopen periode zijn er onder meer delen van het gebied geplagd en wordt
er struweel gepland. De geplagde, voedselarme stukken brengen weer kansen met zich mee voor plantensoorten als het
zandblauwtje, klein vogelpootje en misschien wel heide. Verder was bij een tussentijdse evaluatie duidelijk geworden
dat er zich te weinig open bosjes ontwikkelden. Daarom worden er her en der struweelvormers als meidoorn, sleedoorn en
framboos, maar ook bomen als zomereik, zwarte els en berk aangeplant. Bij het begin van de excursie bleek al meteen waarom:
een vlucht geelgorzen begroetten ons vanuit het struweel.
In de aankondiging stond al vermeld dat het niet zou ontbreken aan ganzen en roofvogels en dat was ook zo. Op de velden
zaten vele grauwe- en kolganzen en er werden meerdere vrouwtjes blauwe kiekendief en enkele buizerds gezien.
Eenden waren ook in grote getale aanwezig: wilde eend, kuifeend, krakeend, smient en wintertaling. Ook vlogen er twee
mannetjes grote zaagbekken over, in de Zwaneveldsplas zaten er nog drie met twee vrouwtjes. Een enkele grote zilverreiger
stond aan de oevers van de plas, vergezeld van een aantal knobbelzwanen. Maar daartussen ook een wilde zwaan. In de verte
stond een groepje van een zestal reeën ons verdwaasd aan te kijken om hun heil vervolgens verderop in het gebied te gaan
zoeken. En midden in het land een tiental aalscholvers, hun vleugels uitgesperd om te drogen. Niet op paaltjes deze keer,
maar gewoon op de kouwe, kale grond. Een paar goudpleviertjes vlogen langs ons heen het gebied in.
De slagroom op de taart werd dit keer gevormd door een vos, die zich even liet zien, te midden van de grazende schapen.
Een mooi donker exemplaar, volop in een dikke wintervacht.
Lopend langs de loop van de oude Fivel en de oevers van de Scharmer Ae kwamen we bij de uitkijktoren aan. Deze biedt
een mooi uitzicht over het gehele terrein. De Westerpolder heeft zich in de afgelopen 10 jaar ontwikkeld tot een mooi
natuurgebied als onderdeel van het herinrichtingsgebied Midden-Groningen. Tezamen vormen deze de pronkjewaailtjes van
het Duurswold.
Winterpaddenstoelenexcursie Fraeylemaborg
Het is een gok, een paddenstoelenexcursie laat in het jaar. De klassieke toptijd is de herfst als alle voedingstoffen optimaal
voorhanden zijn en de meest kleurrijke schimmelflora boven de grond komt. Later in het jaar wordt het rustiger, overheersen
de pasteltinten en loop je risico's.
Er zijn natuurlijk de houtzwammen die altijd spijkerhard aan boomstammen vast zitten,
zoals tonder en reuzenzwammen. Maar voor andere paddenstoelen op de grond kan een paar keer nachtvorst al genoeg zijn om ze
te laten verschrompelen. Op 19 november hadden we al wat nachtvorst gehad. Toch waren twaalf liefhebbers, van acht tot ver
over de tachtig, naar het Fraeylemabos gekomen om zich te laten verrassen. En verrassend was wat we vonden, op het voorterrein
waren al snel de eerste zes soorten gevonden.
We zijn in twee uur dan ook niet ver in het park gekomen,
zo veel viel er te ontdekken en te beluisteren uit de mond van onze excursieleider Inge Somhorst.
Van elke soort wist zij veel achtergrond te vertellen. Over de vele soorten die zwamwolken samen met plantenwortels vormen,
mycorrhiza die ook de plant of boom ten goede kunnen komen. Andere soorten zijn daarentegen afbrekers, te vinden op afgewaaide
takken. En dan zijn er de parasieten, die ook de grootste boom te gronde kunnen richten. Zoals de reuzenzwam die bij de Geele
brug nog op de afgezaagde stomp van een omgevallen beuk te vinden is. Inmiddels vergezeld door de grijze buisjeszwam en de
witte bultzwam. Typisch op deze boomstomp is ook de witte rot. Schimmels die witrot veroorzaken breken lignine af en vaak ook
nog cellulose. Door lignineafbraak verliest het hout zijn stevigheid; het krijgt een vezelige, min of meer slappe en vochtige
structuur.
De houtzwammen die we op de excursie zijn tegengekomen veroorzaken allen witrot.
Zoals Inge uitlegde zijn
houtafbrekers ruwweg in twee groepen te verdelen op grond van de stoffen die (in eerste instantie) afgebroken worden. Twee
hoofdbestanddelen van hout zijn cellulose en lignine, oftewel houtstof. Schimmels die bruinrot veroorzaken breken alleen
cellulose af; de bruine houtstof blijft min of meer intact. Dit hout is erg bros, het heeft zijn trekkracht/elasticiteit
verloren en valt in kleine brokjes uiteen. Bruinrot komt veel voor bij naaldbomen, maar ook bijvoorbeeld de Berkenzwam op Berk
en de Biefstukzwam op Eik veroorzaken bruinrot. Zo zagen en hoorden we veel op deze ochtend ,die mistig begon maar zowaar zonnig
eindigde en al onze verwachtingen ver overtrof.
| Broze russula | mycorrhiza | ruikt naar snoepjes, lamellen gezaagd |
| Dikrandtonderzwam | parasiet | gaatjeszwam, op Linde, meerjarig; veroorzaakt witrot |
| Eekhoorntjesbrood | mycorrhiza | boleet: met buisjes i.p.v. lamellen; lekker |
| Gele aardappelbovist | mycorrhiza | buikzwam; sporen worden binnen in paddenstoel gevormd |
| Gele trilzwam | parasiet | "flubber", op Paarse eikenschorszwam, op (eiken)takken |
| Gewone fopzwam | mycorrhiza | lamellen wijd uiteen en roze; sporen wit |
| Glimmerinktzwam | afbreker | in holte stam; zwarte sporen, lamellen "verinkten" |
| Gordijnzwam, soort ?? | mycorrhiza | kleine bruine zwam, in beginstadium spinneragachtige draden over de lamellen |
| Goudgele zwameter | parasiet | op Eekhoorntjesbrood |
| Grijze buisjeszwam | afbreker | houtzwam, vormt hoedjes op beuk; witrot |
| Knolhoningzwam | afbreker | met gele vezels op hoed en steelbasis; op hout; andere honingzwammen zijn vaak parasieten |
| Nevelzwam | afbreker | halve heksenkring; lamellen aflopend, lekkere geur "zeep" |
| Oranjebloesemzwam | mycorrhiza | Vaalhoed, ruikt zoet naar oranjebloesem; sporen bruin |
| Paarse eikenschorszwam | afbreker | op eikentakken, korstvormende paddenstoel |
| Papilmycena | afbreker | klein, witachtig, met papil; op strooisel; sporen wit |
| Peperboleet | mycorrhiza | smaak na enige tijd scherp, poriën oranjebruin; relatie met Vliegenzwam |
| Radijsvaalhoed s.l. | mycorrhiza | ruikt naar radijs, met lichtere hoedrand, groep van soorten |
| Reuzenzwam | parasiet | vers! toeven op (wortels van) beuk, taai, gaatjes gelig; witrot |
| Valse beukenridderzwam | mycorrhiza | bruine hoed, lamellen uitgebocht; onder eik |
| Witte bultzwam | afbreker | witte houtzwam op beuk; witte, vrij grove, hoekige poriën,bovenzijde met algen; witrot, mogelijk parasitair op Grijze buisjeszwam |
| Witte russula | mycorrhiza | grote witte Russula |
| Zwart purperen russula | mycorrhiza | diep purperrode russula; steel knakt als een krijtje |