De maandelijkse waarnemingen geven altijd aanleiding om er heel veel bij te vertellen, aan achtergrondinformatie of specifieke bijzonderheden. Daarom hier wisselnde focus op verschillende aspecten van de natuur.
Waarom stopt eigenlijk iemand zoveel tijd in vergaderingen, discussies en het organiseren van excursies? Waarvoor al dat werk? Voor een paar kikkers? Een beetje groen om de hoek? Om anderen te pesten? - Zeker niet. Het gaat om het instandhouden van een kwaliteit. Niet alleen de basis beschermen voor ons en toekomstige generaties maar ook gewoon de vreugde voor iedereen aan de 'real reality'. Ter illustratie drie verslagen wat 'natuur' alles kan betekenen.
Woensdagavond 6 juli 2011. Meestal moeten vogelaars vroeg op om ten volle te genieten van uitbundig zingende vogels, zo niet als men houtsnippen en nachtzwaluwen wil spotten. 21.00 uur vertrekken we vanuit Siddeburen richting bossen in de gemeente Exlo. Om 22.00 uur zijn we ter plekke, een groot open stuk in het bos. Beide genoemde vogels zijn pas actief als het begint te donkeren.
Om 22.30 uur in de schemer tegen het rood van een ondergaande zon vliegt het eerste paartje houtsnippen
op afstand aan ons voorbij. Ze zijn onmiskenbaar, een vrij lompe vogel met een lange snippensnavel, waar ze lekker mee in de
bosbodem kunnen zoeken naar allerlei eetbare wormen en insecten. Ze broeden net als de nachtzwaluw op de grond en zijn daardoor
zeer kwetsbaar in de broedtijd (svp honden aan de lijn). Broeden doen ze in een klein aantal in ons land, ± 2500 paar.
Een veelvoud komt bij ons in de trektijd, dit zijn vooral noordelijke vogels. In het Slochterbos maar ook in alle
ruilverkavelingbosjes kan men ze tegenkomen vanaf eind september tot in december.
Omstreeks 23.00 uur horen we de prachtigezang van de nachtzwaluw (geluid op YouTube), een mysterieuze soort en vrij zeldzaam, ± 1500 paar in 2007.
Zo groot als een zanglijster met korte pootjes als een gierzwaluw zit hij meestal horizontaal op een tak en is moeilijk
"vanwege zijn schutkleur" te vinden. Kapvlaktes maar ook stormvlaktes zijn hun broedbiotoop. Zonder grote open plekken in
het bos van meerdere hectares hebben deze soorten geen thuis. Wat een sfeer, geen mechanische geluiden, windstil, wolkenloze
sterrenhemel, aangename temperatuur met een nevel waaronder alleen de pootjes van een ree zijn te zien. (JG)